|
Daniëlle Gallas: De Rudolf Steinerkliniek, 'een schip in de duinen'
Het 'Rudolf Steiner Verpleeg- en Therapiehuis', een satelliet opname uit Google Earth. Links de oorspronkelijke Rudolf Steinerkliniek uit 1928; boven, langs de Nieuwe Parklaan, de uitbreiding van 1987.
Jan Buijs was bouwkundestudent in
Delft en raakte tijdens zijn studie bevriend met Willem Zeylmans van
Emmichoven In 1920 reisde Willem naar Dornach in Zwitserland, waar zijn verloofde Ingeborg Droogleever Fortuyn euritmie, een destijds nieuwe bewegingsleer, studeerde. Daar woonde hij een voordracht bij van Rudolf Steiner -grondlegger van de antroposofie- die grote indruk op hem maakte. De volgende dag sprak hij uitvoerig met Steiner over ervaringen met de werking van kleuren. Ze waren beiden van mening dat kleuren een therapeutische werking op de geest hadden. Een jaar later was Willem weer in Dornach om het Goetheanum, een ontwerp van Rudolf Steiner waarin het antroposofische instituut was gevestigd, te bezoeken. Dit organische gebouw was net een levend wezen en maakte enorme indruk op hem. Op aanmoediging van Rudolf Steiner besloot Willem, inmiddels psychiater, antroposofische voordrachten te houden in Nederland en een eigen kliniek in Den Haag op te richten om in zijn levensonderhoud te voorzien. Op 15 november 1923 werd in een herenhuis aan het Prinsevinkenpark 24 een klein rusthuis voor 7 patiënten geopend (onder wie de zus van Marie). Rudolf Steiner verrichtte de opening. Nog diezelfde maand werd Willem Zeylmans voorzitter van de beginnende antroposofische beweging in Nederland. Omdat het rusthuis aan het Prinsevinkenpark al spoedig te klein was voor het groeiende aantal patiënten, kwam de gedachte op om een grotere echte en antroposofische kliniek te bouwen. Zeylmans’ schoonvader, Droogleever Fortuyn, die wethouder Openbare Werken in Den Haag was, zorgde ervoor dat op een duintop tussen Den Haag en Scheveningen gebouwd mocht worden. Susanna Bouricius, een zeer vermogend lid van de Antroposofische Vereniging, zou de hele bouw en de inrichting van de nieuwe kliniek financieren. Willems vriend Jan Buijs werd als architect gevraagd en hij kreeg de opdracht de kliniek zo te ontwerpen dat de Steineriaanse vormgeving erin herkenbaar zou zijn. Buijs had echter een grote voorliefde voor de hypermoderne stijl van de Nieuwe Zakelijkheid die aansloot bij zijn socialistische ideeën en had geen affiniteit met de antroposofische bouwkunst. Om zich de organische architectuur eigen te maken, reisde Buijs naar Dornach. Het kostte hem echter heel wat tijd en moeite om een organisch ontwerp voor de kliniek te maken, dat aansloot bij de ideeën van Willem Zeylmans. Later distantieerde Buijs zich van zijn ontwerp nadat collega’s zich ongunstig hadden uitgelaten over het gebouw. Op 13 november 1927 werd de eerste steen gelegd met daarop de volgende spreuk van Rudolf Steiner:
De officiële opening van de Rudolf Steinerkliniek vond plaats op 17 juli 1928. Zeylmans was verheugd over het resultaat en het nieuwe gebouw oogstte over het algemeen veel lof. Kranten schreven: 'Het gebouw ligt in volmaakte harmonie met de natuur op de top van een duin, is als het ware een voortzetting van het duin'. 'Het dak is als een schulp, waaronder het gebouw als een organisme ligt'. In het gebouw zijn meer hoekige
vormen gebruikt in plaats van ronde, kenmerkend voor de latere
Steineriaanse architectuur. De daklijst maakt een soort golvende
beweging, die we in veel details van het gebouw terugzien, zoals de
dakvensters, dakgoten en balustraden.
Vorm en kleur van het gebouw werkten zo samen dat er een harmonie ontstond met mens en natuur, die prettig aandeed. Buijs heeft met het ontwerp van de Rudolf Steinerkliniek een groot inlevingsvermogen getoond in de wensen van de antroposofen. Deze nieuwe kliniek was op twee
manieren bereikbaar, via een zijstraatje van de Nieuwe Parklaan (ook
Nieuwe Parklaan geheten) en via de openbare stenen trap die vanaf de
Nieuwe Parklaan omhoog leidde. De antroposofische kliniek met zijn bijzondere vorm, kleurgebruik en het karakter van een herstellingsoord, onderscheidde zich in meer opzichten van andere klinieken. Zo woonden de zusters de eerste jaren intern en was er een grote betrokkenheid tussen artsen, verpleegsters en patiënten. Vaak werd er gemeenschappelijk gegeten in de grote zaal, waar ook de jaarfeesten werden gevierd. Dagelijks lazen de zusters een uur lang voordrachten van Rudolf Steiner en vaak lazen zij ook teksten voor aan patiënten. Ook verbleven er veel vermogende buitenlanders, die Zeylmans kenden van zijn antroposofische voordrachten in het buitenland. Het gezin Zeylmans verhuisde in de jaren dertig om praktische redenen naar de kliniek. Ingeborg Zeylmans kon de patiënten nu heileuritmie geven. Er werd een schitterende tuin aangelegd met veel bloemen en kruiden. Ook verrees er een (inmiddels afgebroken) tuinhuis, waar Zeylmans zich vaak terugtrok. In deze jaren waren er ook financiële problemen omdat men voor de exploitatie volledig afhankelijk was van giften van vrienden en patiënten. Subsidie bestond in die tijd nog niet voor ziekenhuizen. In de jaren dertig ontstond er een
splitsing tussen leden van de Nederlandse Antroposofische Vereniging:
leden die kozen voor de antroposofische stroming in Dornach en leden die
kozen voor de antroposofie van Zeylmans. In 1940 namen de Duitsers het Bronovo-ziekenhuis in beslag. Omdat daar nu geen operaties meer konden worden uitgevoerd, werd op de eerste verdieping van de Rudolf Steinerkliniek een operatiekamer ingericht. In 1942 werd de hele kliniek door de Duitsers gevorderd om er een kraamkliniek voor de 'grijze muizen' (vrouwelijke militairen van de Duitse luchtmacht) van te maken. Alle patiënten werden ontslagen. Bij de bevrijding plunderden de 'grijze muizen' uit wraak de hele kliniek leeg en zetten alle kranen open. Engelse officieren namen tijdelijk hun intrek in het gebouw en herstelden zoveel mogelijk de schade. De overheid bepaalde in 1945 dat de kliniek vijf jaar als algemeen
regulier ziekenhuis moest worden gebruikt. Het aantal bedden werd
uitgebreid naar 58, vooral voor chirurgische patiënten. Na Van Houten nam psychiater Van der Kroef en vervolgens dokter Van der Burg het roer over. Het bestuur van de kliniek bestond uit antroposofen, maar er waren nog steeds geen antroposofische specialisten voor de patiënten, zodat de kliniek een regulier ziekenhuis bleef. Op initiatief van Jaap Kuilman, echtgenoot van Veronica Zeylmans, werd de Stichting Vrienden van de Rudolf Steinerkliniek opgericht met als doel de antroposofische geneeskunde in de kliniek te bevorderen. In 1976 werd in Huize Novalis, een tegenover liggend pand, een antroposofische afdeling gestart voor interne ziekten olv antroposofisch internist Heslinga. Men hoopte dat nu ook in de kliniek spoedig een antroposofische afdeling kon worden gevestigd. De Inspecteur van Volksgezondheid keurde echter de gebouwen als ziekenhuis af maar gaf wel toestemming om het ziekenhuis in een verpleeghuis om te zetten. De bedden voor interne patiënten in Huize Novalis verhuisden naar Bilthoven, waar een landelijk medisch antroposofisch centrum werd opgericht. Om toch een antroposófisch verpleeghuis te realiseren dat aan de eisen des tijds beantwoordde, werd tot nieuwbouw besloten. Hiertoe werden twee villa’s, Nieuwe Parklaan 28-32, tegenover de oudbouw gesloopt.
In 1987 werd deze nieuwbouw geopend met drie patiëntenafdelingen: de Abeel (begane grond) en de Berk (eerste etage) voor bewoners met lichamelijke klachten en de Linde (tweede etage) voor psychogeriatrische patiënten. Het gebouw biedt thans ruimte aan 75 overwegend oudere bewoners, die daar hun laatste levensfase doorbrengen.
De oudbouw werd omgedoopt
tot Raphäelhuis en de nieuwbouw tot Tobiashuis. Zij zijn met elkaar
verbonden door een ondergrondse gang. De Rudolf Steinerkliniek ging
Rudolf Steiner Verpleeg- en Therapiehuis heten.
Steiner was niet alleen de grondlegger van de antroposofie, maar ook de
inspirator, leider, inhoudgever en vormgever. Dat gold ook voor de
architectuur. Hij bedacht een voor de antroposofie geëigende
architectuur, die in overeenstemming was met de antroposofische
levensovertuiging en een positieve invloed had op de ziel (deze
architectuur was de tegenpool van het rationalistisch bouwen van het
functionalisme). Zo creëerde Steiner een eigen architectuurstroming, die
bekend werd onder de naam antroposofische of organische architectuur.
Kenmerkend waren de natuurlijke vormen, de golvende lijnen en de weinige
rechte hoeken. In het Goetheanum in Dornach werd deze vormgeving voor
het eerst zichtbaar. Hier overheersen ronde vormen in koepels en
raamomlijstingen. Steiner was geen geschoold architect en boetseerde
zijn maquettes om tot een mooi plastisch resultaat te komen. Later
veranderde zijn architectuur en werden meer hoekige vormen gebruikt. |