Wittebrug; korenmolen 'De Vier Winden'

HGA-PT-A36
Collectie Haags Gemeentearchief
1850, W.C Nakken, Penseeltekening. 'Gezicht op Scheveningen'.
Het meest opvallende gebouw van het gehucht Wittebrug was ongetwijfeld de grote korenmolen, de Vier Winden; al van verre te zien. Zoals blijkt uit Nakken's tekening gaat het om een stellingmolen: een molen waarvan de wieken worden getuigd vanaf een hoge omloop (stelling) met daaronder een grote bergplaats voor graan en die tevens zorgt voor hoogte hetgeen de windvang ten goede komt. Het is deze stelling die in 1867 misschien is benut door de schilder J.J. Destrée toen hij de Witte Brug en het silhouet van de stad minutieus in beeld bracht.
De Vier Winden was een initiatief van meester-metselaar Pieter Schroot die daartoe in 1848 bij de Witte Brug een fors stuk grond van 37 are had gepacht van de Gemeente. In 1857/1858 wordt e.e.a. verkocht aan Petrus Paulus Burgerman, de eigenaar die in Ons Oude Buurtje van kroniekschrijver Willem van Noord als de deskundige molenaar ten tonele wordt gevoerd.
Zoals het veel molens
uiteindelijk vergaat is dat ook met 'De Vier Winden' het geval: de molen
brandde in 1873 af. Herman Breusers meldt dat de fatale brand wordt genoemd
in het Algemeen Verslag van de Toestand der Gemeente 's-Gravenhage over
1873:
'Slechts zeven branden hebben
wij in het geheele jaar te vermelden, waarvan de volgende van minder of meer
beteekenis waren: ... op 20 maart in den korenmolen De vier winden aan het
Kanaal, die geheel is uitgebrand. Door de spuit van de Grenadiers en Jagers
en de stoombrandspuit werd daarbij dienst gedaan. ....'.
De datum van de brand wordt bevestigd door een aantekening in het Kadaster. Een jaar na de brand kopen nazaten van Pieter Schroot (de initiatiefnemer uit 1848) een stuk duingrond 'met wat zich daarop nog mocht bevinden van een afgebrande molen'; in 1882 wordt de grond verkocht aan Abraham van Stolk, die in 1888 afstand doet van de grond 'door vervallen van de erfpachtsrechten'. De transactie uit 1882 lijkt geïnspireerd door speculatie, in het zicht van veranderende bestemmingen: de Gemeente wil hier een Nieuw Park (lees villapark) stichten die zal worden ontsloten door de Nieuwe Parklaan. In de Wijkbeschrijving van de Gemeente wordt over de korenmolen slechts gesproken als een ruïne die in de weg stond: 'Voor de aanleg van het villaparkje Wittebrug moesten de ruïne van de afgebrande korenmolen 'De Vier Winden' en een bierbrouwerij worden gesloopt.' Tegenwoordig is er niets dat herinnert aan de precieze plek waar de molen ooit heeft gestaan maar een reconstructie aan de hand van historische kaarten blijkt alsnog mogelijk.
Hiernaast een
fragment van de gezaghebbende kaart van 1872 (HGA-KP-079), een jaar vóór de fatale brand. Wijs met de muis naar dit
kaartfragment om het overeenkomstige gebied van de kaart van 1954
(HGA-KP-002) hierop te projecteren. De positie van de molen op de kaart uit
1872 is naar de kaart uit 1954 overgebracht door plaatsing van een blauwe
stip. De blauwe stip
staat nagenoeg op de erfscheiding tussen de villa Nieuwe Parklaan 1 en het
toenmalige Hotel Wittebrug (nu: het appartementencomplex 'Résidence
Koninginnebrug'), waar deze erfscheiding de ventweg bereikt.
Hiermee lijkt de zaak afgedaan. Maar niet onvermeld mag blijven dat kroniekschrijver W. van Noord in Ons Oude Buurtje een enigszins afwijkende herinnering heeft opgeschreven over de plek waar de molen heeft gestaan: 'naast de brug, ongeveer op de plek die nu loswal is'. Van Noord heeft de molen niet gekend (hij werd in 1876 geboren, drie jaar na de brand) maar waarschijnlijk wel de ruïne die werd gesloopt toen hij hooguit it twaalf jaar oud was. Het is niet onmogelijk dat zijn herinnering aan de precieze plek was vervaagd toen hij op latere leeftijd ging schrijven.
+
- + - +