Ieteke Kapteyn-Streef: 'Dennehove', Badhuisweg 141-163 (1938-1939)
De Badhuisweg is de oudste straatweg in het Wittebrugpark en gedurende de eerste zestig jaar van zijn bestaan tevens de enige. Aan de badgasten bood het vanaf 1828 een aantrekkelijk alternatief voor de Scheveningse weg: snel en recht naar het doel, het gemeentelijke Badhuis (op de plek van het latere Kurhaus). De gemeente bouwde daarmee voort op het succesrijke initiatief van de ondernemende reder Jacob Pronk die in 1818 het spits had afgebeten.
Vrijwel gelijktijdig met de aanleg van 'de weg naar het Badhuis' werd begonnen met het graven van het Kanaal naar Scheveningen. De nieuwe weg werd aangesloten op de Koninginnegracht en moest dus ergens het Kanaal oversteken. Daarvoor werd de Koninginnebrug gebouwd, die al vrij snel 'de Witte Brug' werd genoemd en waar zich rond een bierbrouwerij, een korenmolen en een café enige economische activiteit ontwikkelde.
Het verkeer naar en van Scheveningen (paardentram, stoomtram; later de Blauwe Tram) had de Badhuisweg al snel ontdekt die vanaf 1890 concurrentie kreeg van de Nieuwe Parklaan. De stoomtram en later de Blauwe Tram bleven echter trouw aan de Badhuisweg. Hierboven (ca. 1905), komende van de Raamweg, passeert de stoomtram de beide wachthuisjes op de Badhuisweg tegenover de van Lennepweg. De wachtende dame kijkt in de richting van de tram die uit Scheveningen moet komen.
+ - + - +
